Trimtechnieken





EFFILEREN
Effileren betekent: uitdunnen. Met effileren is het mogelijk de vacht lengte in te korten, zonder dat daarbij een duidelijk kniplijn te zien is, wat bij het knippen met een gewone schaar wel het geval is. Ook kan de overgang van kort naar lang haar op een vloeiende manier verkregen worden, of kan de vacht op plaatsen waar het erg vol is worden uitgedund.

SCHEREN
Bij deze trimtechniek wordt het haar alleen ingekort. De haarwortel blijft dus zitten. Het enige verschil tussen scheren en knippen/effileren is de lengte die blijft zitten. Voor het scheren gebruik ik een speciale honden/katten tondeuse met verwisselbare scheerkoppen. Deze scheerkoppen zijn er in verschillende lengtes.

Ruwharige honden horen niet geschoren te worden!


KNIPPEN
Knippen betekent net als bij scheren en effileren het inkorten van de vacht.

PLUKKEN

De plukvacht is een bijzondere vorm binnen de vacht structuren. Honden die vroeger zwaar werk deden in de jacht hadden deze bijzondere haarstructuur nodig als bescherming. De harde haren van de bovenlaag beschermde de hond tegen weersinvloeden, zowel zon als regen. En het beschermde de hond tegen het struikgewas en in nauwe ruimten ondergronds, tijdens de jacht. De onderwol diende als isolatie. Vroeger konden honden zichzelf voorzien in de vachtverzorging door het werk wat ze dagelijks deden. Doordat ze door dichte bosjes en struiken liepen schuurde de dode, losse vacht er af.

De honden van tegenwoordig werken over het algemeen niet of nauwelijks meer, de leefomstandigheden zijn sterk veranderd. Zo ook de vacht zelf. De vachten zijn in de loop van de jaren dikker en voller geworden. Ze hebben hulp nodig bij het verwijderen an losse haren. Dit noemen we plukken of trimmen. Het verschil tussen bijvoorbeeld een vacht van een Golden Retriever en een ruwharige hond is dat de bovenlaag van de vacht van een retriever het hele jaar verhaart en de onderwol gaat twee keer per jaar in de rui (intensieve verharing). Bij de ruwharige is dit anders. De ruwe bovenlaag gaat in de rui, maar valt niet uit. De onderwol verhaart het hele jaar een beetje door. De dode haren moeten we verwijderen. Dit kunnen we doen met verschillende technieken. Met de vingers, met gebruik van duimpjes of vingercondooms en eventueel krijt. Of met een bot trimmesje. Die kan je als verlenging van je vinger gebruiken om een plukje vast te pakken en mag nooit scherp zijn! Anders beschadig je de haren. Als trimmer pluk je de hond dus plukje voor plukje in model. Soms doet men dit twee keer per jaar "op de onderwol" dan hou je een pluizig zacht hondje over. Maar steeds vaker wil men de hond graag ruw houden, want dan is ie toch op zijn mooist! En altijd beschermd tegen het weer. Als je de ruwhaar iedere 3 maanden plukt creëer je een zogenaamde stripvacht. Dan hou je altijd een laagje ruwhaar over dit is de nieuwe laag die de volgende trilbeurt geplukt wordt. Zo blijft de hond altijd mooi ruig.

Gaat men een plakhond scheren dan blijft het onder haar in het haarzakje zitten. De groeipunt is er af geknipt/geschoren, waardoor de kiem in het haarzakje en seintje krijgt dat het haar nog niet de goede lengte heeft waardoor het weer wil gaan groeien. Maar omdat het eigenlijk dood haar is wat is ingekort krijgt het ook niet meer voldoende voeding waardoor een dun soort wolhaar zich gaat ontwikkelen. Er zit ook minder pigment in waardoor de kleur ook fletser wordt. Deze honden hebben een zachte wollige vacht die niet mooi glanst.

Of een hond er mooi uit ziet is altijd een kwestie van smaak en daar valt niet over te twisten.

Maar of de hond er last van krijgt is wel heel belangrijk. Het dode haar wat in het haar zakje zit gaat jeuken en de hond begint zich te krabben. Is hij op dat moment helemaal kort geschoren dan zal hij zichzelf gaan beschadigen omdat er geen beschermde vacht meer op zit.

De laatste paar jaren ga je steeds meer honden zien met huidproblemen daar is slecht trimmen ook een klein onderdeel van maar welke de eigenaar een groot deel in eigen hand heeft.

Zorg dat u goed geïnformeerd wordt en denk wel ook goed na. Laat niet het goedkoopste tellen want ook hier is goedkoop duurkoop! Een hond scheren gaat nogal wat sneller dan helemaal met de hand plukken.

Het duurt ongeveer 2 jaar voor een geschoren vacht zich weer herstelt heeft, dat zijn ca. 4 grote plukbeurten. Het is dus gemakkelijk een vacht te verprutsen dan te herstellen.

Het is dus ook belangrijk om een vacht goed te herkennen ook nadat hij is verprutst.

De eerste keer kan eventueel al als de hond 3 maanden oud is. Maar het is geen probleem als de hond met 6 of 7 maanden de eerste plakbeurt krijgt.

Plakhonden zijn: Cairn Terrier, Ruwharige Teckel, Ruwharige Jack Russel Terrier, Border Terrier, West Highland White Terrier, Pesky Fousek enz. In principe alle ruwharige honden.


STRIPPEN
Bij strippen wordt net als bij het plukken het dode haar verwijderd. Alleen de hoeveelheid en de cyclus zijn anders. Eens per drie a vier maanden (afhankelijk van het ras) wordt de helft van de bovenvacht verwijderd. Deze begint weer te groeien en is na enkele maanden gedeeltelijk aangegroeid. Maar nu worden de oude haren (die de vorige keer zijn blijven staan) weggeplukt. Wat er dan dus overblijft is een korte, harde bovenvacht. Deze cyclus willen we herhalen. Op deze manier loopt uw hond er altijd keurig verzorgd bij, in plaats van de plotselinge overgang van heel erg lang naar helemaal kaal. Daar komt bij dat de behandeling op zich niet zo intensief is, dan wanneer zijn complete vacht verwijderd wordt. Ook wordt strippen vaan geadviseerd bij honden die bijna geen ondervacht hebben.

ONTWOLLEN
Bij ontwollen wordt de loszittende ondervacht doormiddel van borstelen en kammen verwijderd. De hond wordt helemaal gewassen waarna hij wordt geföhnd en ontwold. Hierdoor komt de vacht sneller door de ruiperiode heen. Als een hond of kat met deze vachtsoort niet regelmatig wordt gekamd, vervilt zijn vacht en er kan oververhitting in de zomer ontstaan met huidproblemen als gevolg.